Kinderen in verblijfsprocedures leven jarenlang in onzekerheid. Zij weten niet of zij hier mogen blijven, het land waar ze zijn geboren of al jarenlang wonen. Ze leven met de voortdurende dreiging om uitgezet te worden. Een strenger migratiebeleid mag niet ten koste gaan van de rechten van kinderen en de bescherming van kwetsbare jongeren. Wij willen dat het recht van kinderen op één wordt gezet met een kindvriendelijk migratiebeleid.
Hoe moet een kindvriendelijk migratiebeleid eruitzien?
- Gewortelde kinderen krijgen automatisch een verblijfsvergunning.
Kinderen die al meer dan vijf jaar in Nederland wonen en hier geworteld zijn, moeten mét hun familie automatisch een permanente verblijfsvergunning krijgen. Dit moet in de wet worden verankerd. - Stoppen met het onnodig verhuizen van kinderen.
Kinderen moeten niet langer van het ene naar het andere asielzoekerscentrum versleept worden. Het komt regelmatig voor dat kinderen in acht jaar tijd in tien asielzoekerscentra wonen. Dat is schadelijk voor hun ontwikkeling en maakt het vrijwel onmogelijk om nieuwe vrienden te maken en in de samenleving te integreren. - Geen kinderen meer in de noodopvang.
Kinderen die wachten op een verblijfsstatus moeten worden ondergebracht in de reguliere opvang. De noodopvang is niet geschikt, omdat de omstandigheden daar veel slechter zijn. - Uitzettingen moeten op een kindvriendelijke manier, zonder geweld.
Als er soms toch tot uitzetting wordt besloten, dan moet dat op een menselijke en kindvriendelijke manier, zonder geweld en machtsvertoon. Families mogen niet langer met een grote politiemacht ’s ochtends van hun bed worden gelicht. Deze onmenselijke en onnodig traumatiserende praktijken mogen niet meer voorkomen.
Waarom is onze actie nodig?
Lange procedures rondom de toekenning van een verblijfsvergunning zorgen voor stress en onzekerheid, bij kinderen en hun families. Onderzoek toont aan dat uitzetting na jaren van verblijf in Nederland ernstige psychische schade veroorzaakt. Deskundigen, onder wie professor Erik Scherder, waarschuwen dat de chronische stress waaronder kinderen tijdens de behandeling van hun verblijfsaanvraag lijden, grote gevolgen heeft voor hun ontwikkeling. Uitzetting na zo’n lange tijd is schadelijk, vooral voor hun mentale gezondheid.
Zolang deze kinderen hier verblijven, ook al is dat tijdelijk, zijn we juridisch – maar vooral ook moreel – verplicht om goed voor hen te zorgen. De overvolle en grootschalige azc’s, de noodcentra, het gesleep van de ene naar de andere locatie, het criminaliseren bij uitzetting: zo ga je niet met mensen en zeker niet met kinderen om. Ze verdienen onze bescherming en steun voor een gezonde en veilige toekomst.
Wanneer is een kind ‘geworteld’?
Een kind is geworteld als het hier opgroeit, naar school gaat, Nederlands spreekt en een leven aan het opbouwen is. Dat gebeurt meestal na een paar jaar. Toch wordt daar nu vaak te weinig rekening mee gehouden bij beslissingen over permanent verblijf.
Wat is het probleem met steeds verhuizen?
Kinderen die in een verblijfsprocedure zitten, moeten vaak naar een ander azc verhuizen, soms wel tien keer binnen een paar jaar. Elke keer moeten deze kinderen afscheid nemen van school en vrienden. Dat maakt hen onzeker en beschadigt hun ontwikkeling.
Waarom moet het uitzetten van kinderen anders?
Op dit moment worden gezinnen soms met politiegeweld opgehaald, vaak midden in de nacht. Dat is natuurlijk enorm beangstigend, niet alleen voor de kinderen. Ze raken in paniek, verstoppen zich, voelen de stress van hun ouders. Dat moet stoppen. Het is mensonwaardig. Kinderen (en hun families) zijn geen misdadigers.
Om hoeveel kinderen gaat het eigenlijk?
Het gekke is dat niemand dit precies weet. Volgens cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gaat het om ongeveer 420 kinderen, maar het vermoeden is dat er nóg zo’n 200 kinderen in deze situatie zitten. Zij zitten niet meer in het ‘systeem’ van de Rijksoverheid, maar zijn bijvoorbeeld wel ingeschreven op een school of bekend bij een gemeente.
Dit is hun thuis
Gezinnen – en zeker kinderen – zitten niet stil in afwachting van het besluit over hun verblijfsvergunning. Zij bouwen een leven op: jonge kinderen maken nieuwe vrienden, leren de Nederlandse taal, gaan naar school en sporten bij de lokale sportvereniging. Voor die kinderen is Nederland hun thuis; zij voelen zich niet of nauwelijks verbonden met de landen waar ze volgens hun paspoort thuishoren – als ze al een paspoort hebben.
Nederland en het Kinderrechtenverdrag
Nederland heeft in 1989 het VN-Kinderrechtenverdrag bekrachtigd en ondertekend. Voluit heet dit verdrag het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). Dat verdrag is er niet voor niets en moet bovendien geen schone schijn zijn.
Kinderrechten moeten centraal staan in ons beleid (artikel 2 IVRK). Nederland is verplicht om bij alle maatregelen die over kinderen gaan als eerste de belangen van het kind in het oog te houden (artikel 3.1 IVRK). Dat gebeurt niet wanneer asielkinderen onder slechte omstandigheden in de noodopvang zitten en door langdurige onzekerheid psychisch beschadigd raken. Ook bij het gesleep van kinderen door Nederland wordt hun belang duidelijk niet in acht genomen.
Er bestond in Nederland toch al een kinderpardon?
In 2013 heeft de regering inderdaad de Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen in het leven geroepen, in de volksmond ‘het kinderpardon’.
Deze regeling was echter zo streng en kende bovendien absurde voorwaarden (zoals het meewerkcriterium), waardoor er maar heel weinig kinderen voor in aanmerking kwamen. In januari 2019 heeft dit uiteindelijk geleid tot een nieuwe afspraak, de Afsluitingsregeling, inclusief het ‘buiten-beeldcriterium’. Het idee was dat er nog één keer een kinderpardon verleend zou worden, maar dat schrijnende situaties daarna nooit meer zouden voorkomen door procedures bij de IND te versnellen. Dat laatste is niet gelukt, waardoor nu weer meer dan 400 kinderen langer dan vijf jaar op een verblijfsvergunning wachten.
Er bestaat sinds 2019 dus geen enkele regeling meer die deze kinderen houvast kan bieden.
Wat is het ‘buiten-beeldcriterium’?
In de Afsluitingsregeling konden kinderen alleen aanspraak maken op het kinderpardon als zij constant in beeld waren bij de overheid; dat wil zeggen dat de ouders de overheid op de hoogte moesten houden van hun verblijfplaats. Deze regel is in veel gevallen te streng toegepast. ‘In beeld bij de overheid’ werd uitgelegd als ‘in beeld bij de IND’. Dat heeft geleid tot schrijnende situaties als die van Mikael (zie onderaan). Volgens de regering was hij een paar maanden buiten beeld, terwijl hij gewoon naar school ging in Amsterdam en ook de gemeente wist waar hij verbleef.
Bij een nieuw, wettelijk verankerd kinderpardon moeten we alle rechten van kinderen (en hun families) in acht nemen.
Mogen dan ook ouders, broers en zussen blijven?
Door het kinderpardon mogen kinderen die vijf jaar of langer zonder verblijfsstatus in Nederland zijn, in Nederland blijven wonen. Vanuit internationale verdragen geldt dat dan ook voor hun ouders en thuiswonende broers en zussen, omdat iedereen recht heeft op een familieleven (artikel 8 EVRM, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Dat is natuurlijk ook en vooral in het belang van het kind.
Waarom moet het kinderpardon in de wet verankerd worden?
Wij vinden dat het kinderpardon geen eenmalige regeling moet zijn, maar in de wet moet worden vastgelegd. Een tijdelijke regeling maakt het kinderpardon te onvoorspelbaar, zeker als elk kabinet er weer nieuwe voorwaarden aan verbindt die vaak ook weer leiden tot onduidelijke en schrijnende situaties (zoals het buiten-beeld- of meewerkcriterium).
Ons streven is dat als een kind vijf jaar geworteld is, het automatisch een verblijfsvergunning krijgt, samen met zijn of haar familie. Alleen op die manier zorgen we voor duidelijkheid, rechtvaardigheid en rust.
Gaan ouders de procedure niet expres verlengen?
De oorzaak van de steeds langer durende procedures ligt vaak juist bij de IND en bij het wachten op behandeling van een rechtszaak. Er zijn bovendien veel zaken waarbij het de overheid is die in hoger beroep gaat als de uitspraak van de rechter in het voordeel van het gezin uitvalt. Wat de oorzaak ook is: vijf jaar zou meer dan genoeg moeten zijn om een eerlijke procedure te doorlopen. De uitkomst kan ook zijn dat een gezin wél teruggaat als het veilig is en als een kind zich in het land van herkomst goed kan ontwikkelen.
Worden vrouwen dan niet expres zwanger?
Vooropgesteld: we hebben het over mensen, en mensen kunnen een kinderwens hebben. Omdat procedures zo lang duren, kun je niet verwachten dat mensen zo’n wens opzij zetten. En ja, zoals met elke regel kun je niet uitsluiten dat een paar mensen misbruik gaan maken. Maar we hebben hopelijk van de Toeslagenaffaire geleerd dat als je daarom een heel streng regime inricht, er talloze mensen moeten lijden omdat we bang zijn voor misbruik. Bovendien zien we nu ook juist het omgekeerde: mensen stellen hun kinderwens uit omdat zij geen kind willen krijgen zolang zij zoveel in onzekerheid leven.
Waarom gaan mensen niet gewoon weg als de rechter dat besluit?
Het klinkt zo logisch: als je een verblijfsprocedure hebt doorlopen en het blijkt dat je niet mag blijven, dan ga je toch gewoon weg? Was het maar zo simpel. Om te beginnen kan lang niet iedereen terug naar waar hij vandaan komt. Er ontbreken bijvoorbeeld identiteitspapieren of het betreffende land wil de mensen niet terugnemen. En er zijn ook situaties waarbij de Nederlandse overheid mensen niet wil terugsturen naar hun geboorteland, maar naar een land waar zij doorheen zijn gereisd; een land dat zij niet kennen en waar zij geen toekomst hebben. Er zijn zelfs situaties waarbij een deel van het gezin terug moet naar het ene land en de rest naar een ander land. Schrijnend, onacceptabel en in strijd met het EVRM en het IVRK.
Wat schort er aan het huidige beleid?
Zoals gezegd was het kinderpardon een tijdelijke regeling met absurde voorwaarden, die geen zekerheid bood. Er is nog steeds geen wettelijke regeling die gewortelde asielkinderen langdurig beschermt. Elke keer ontstaat er weer ophef als een kind uitgezet dreigt te worden. Daarbij kan de minister niet ingrijpen in schrijnende situaties (discretionaire bevoegdheid), terwijl dat soms wel nodig is. Het beleid is te hard en puur juridisch. Het mist menselijkheid.
Wat is discretionaire bevoegdheid?
Discretionaire bevoegdheid betekent dat een bewindspersoon (of iemand anders van de regering) een uitzondering mag maken op een wet of een gerechtelijke uitspraak, omdat de wet in een bepaald geval anders uitpakt dan bedoeld. Bij asiel lag deze bevoegdheid altijd bij de staatssecretaris of minister, maar tegenwoordig ligt deze bij de directeur van de IND. Het gevolg is dat de directeur van de IND moet beoordelen of een besluit van de eigen dienst te hard was (wij van WC Eend). Bovendien mag de directeur de discretionaire bevoegdheid alleen inzetten bij de eerste aanvraag, terwijl schrijnende situaties vaak later in de procedure ontstaan.